top of page

Rasstandaard

Wendover Gentleman.jpg

De officiële rasstandaard van de FCI

Groep Staande Honden
FCI 120
Sectie 2.2​

​

Herkomst

Afstammeling van de Setting Spaniëls, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden. De honden dreven het wild in de richting van de jagers, die vervolgens netten over de vogels en de honden heen gooiden.

De Ierse Setter ontwikkelde zich op de uitgestrekte vlakke heidevelden en drassige veengronden van Ierland en ontwikkelde zich daardoor tot de snelste van de Setter variëteiten. De vroegere Ierse Setters waren wit met rode platen; de eenkleurige roden verschenen pas in de 19e eeuw. Ook wel Red Setter of Big Red genoemd.

​

Algemeen Voorkomen

Het voorkomen van de Ierse Setter is racy (op snelheid gebouwd), elegant met veel adel en een zachte adellijke uitdrukking, goed gebalanceerde verhoudingen. De mahoniebruine lange vacht maakt het geheel af.

​

Schofthoogte

Reuen 58-67 cm.  Teven 55-62 cm.

​

Gewicht

Ongeveer 25-30 kg.

​​

Hoofd

Het hoofd is lang, voorsnuit en schedel staan (vanaf de zijkant gezien) parallel tov elkaar, lengteverhouding van voorsnuit en schedel is 1:1, de voorsnuit van voren gezien is vierkant, schedel vormt een ovaal en is vlak (dus niet bolvormig) met een duidelijke occiput (jachtknobbel) op de achterkant van de schedel. Stop wordt aangegeven door de wenkbrauwbogen (dus niet diep). Neus is mahoniebruin van kleur tot zwart (liefst zwart). Ogen zijn amandelvormig, kastanjebruin van kleur, nooit te donker tot zwart want dit stoort de expressie. Uitdrukking zacht, vriendelijk, adellijk (half engel half duivel). Oren laag aangezet aanzet vanaf ooghoogte, goed naar achteren liggend tegen het hoofd, middelmatig lang tot maximaal voorkant neus reikend. Gebit Schaargebit.

​

Lichaam 

Sterk en gespierd lichaam gebouwd voor snelheid, gewelfde ribben maar niet ton vormend (lang doorlopen), borstdiepte tot aan elleboog, borstbreedte maximaal een hand, lendenen gewelfd niet te lang, maximaal handbreedte. Frontaanzicht van de Ier is niet te breed eerder smal. Lichaam vormt in zijaanzicht een langwerpige driehoek. Voetvorm als van een kattenvoet, gesloten tenen met bevedering er tussen.

Voorhand: lange schuine schouder met passende opperarm, ellebogen vrij. Achterhand: goede brede dij, krachtig en lang achterbeen met een lage hak. De staart is middelmatig lang, tot aan de hak reikend, in verlengde van de rug gedragen, nooit hoger.

​

Vacht

Zijdeachtige lange beharing, vooral aan de benen, buik en staart. De kleur moet rijk goud kastanjebruin zijn zonder enige zweem naar zwart. Een klein wit vlekje op de borst, keel, tenen of neus is toegestaan.

​​

Gang

Het gangwerk is ruim, stuwend, uitgrijpend, met hoog gedragen hoofd om verwaaiing op te vangen van het wild. Gezien in het veld is het gangwerk levendig en sierlijk.

​

Gebruik

Over het algemeen wordt er weinig meer gewerkt met de Ierse Setter. De honden die het goed doen stammen meestal af van de zogenaamde werklijnen.

Gezondheid

Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie. Zie voor meer informatie de rubriek gezondheid & ABC .

​

Aard

Heel zacht en goedaardig karakter. Iets levendiger en impulsiever dan de Engelse Setter. Zeer vertrouwd met kinderen.​

Officiële document van de rasstandaard

bottom of page